Kerstdagen met een Noors tintje

Zondag 22 december 2019 werden tijdens een workshop onder leiding van schrijfdocente Connie van Gils waargebeurde kerstverhalen geschreven in de stemmig versierde blokhut, met een glaasje warme glühwein of chocolademelk.
Hieronder het verhaal van Hetty …..

 

Kerstdagen met een Noors tintje

Al heel lang had ik de wens om cello te spelen. De klank van het instrument vind ik prachtig en de mogelijkheden om met anderen samen te spelen zijn groter dan met een gamba. Viola da gamba, dat was het instrument dat ik het laatst en het langst bespeeld heb. Een gamba is een prachtig instrument, maar heeft zo zijn beperkingen. Je bent gebonden aan oude muziek en aan instrumenten zoals klavecimbel, traverso of blokfluit, als je samen met anderen muziek wilt maken. Niet veel mensen bespelen dergelijke instrumenten. Op een cello zou ik kunnen samenspelen met een piano, een dwarsfluit of andere strijkers. Vooral dat laatste lijkt me heerlijk. Ook zou het spelen van wat modernere muziek voor mij dan eindelijk mogelijk zijn. 

Het leren bespelen van een nieuw instrument kost veel tijd en energie. Elke dag opnieuw. Omdat ik dat na mijn werk niet meer op kon brengen, heb ik het cello spelen uitgesteld totdat ik met pensioen ging.  Mijn eerste celloles kreeg ik als kersverse gepensioneerde, op dag één van mijn nieuwe leven. Een eigen cello had ik toen nog niet, daarom speelde ik die eerste les op de cello van mijn lerares. De dag erna zocht ik met haar samen een eigen cello uit. Sindsdien ga ik elke week naar les en beginnen mijn dagen na het ontbijt met cello spelen. Een uur lang. Daarna ben ik zo moe van het geconcentreerd oefenen van al die nieuwe handelingen, dat ik vooral behoefte heb aan uitrusten. Het is onvoorstelbaar hoe gecompliceerd het bespelen van een cello is, vooral als je niet zo jong meer bent.

Na twee jaar had ik het gevoel dat ik langzamerhand wel toe was aan samenspelen met anderen. Een kleine oriëntatie op internet bracht me bij de kerstweek van de Vereniging voor Huismuziek. Die week begon vóór de kerst en ging door tot erna. Dan was ik met de kerstdagen dus ook meteen onder dak.

Doodeng vond ik het, om me in te schrijven. Allemaal mensen die ik niet kende. Voor het eerst met mijn cello tussen andere muzikanten, die natuurlijk veel meer ervaring hadden met het spelen op hun instrument dan ik. En dan ook nog helemaal in mijn eentje met de auto naar Brabant. Die auto had ik een jaar eerder aangeschaft, voornamelijk om mijn cello te vervoeren. Het eerste jaar had ik dat gedaan op de fiets en met het openbaar vervoer. Maar het was wel duidelijk dat ik het gesjouw met dat grote, zware instrument niet eeuwig vol zou kunnen houden. Dan dus maar een auto. Veel rijervaring had ik niet. Eerlijk gezegd zou mijn autorit naar Brabant mijn eerste wat langere reis zijn.

Een poosje nadat ik me had ingeschreven voor deze cursus, kreeg ik onverwacht een heel bijzonder mailtje. Het was geschreven in het Engels en het kwam uit Noorwegen. De vrouw die het mij stuurde stelde zich voor als Grete. Al zes jaar nam zij deel aan deze cursus en ze was dolblij dat er nu voor het eerst een cello bij was. Zelf speelde zij viool en op de deelnemerslijst had ze gezien dat het dit jaar voor het eerst mogelijk was om een volledig strijkkwartet te vormen. Ze wilde weten of ik daaraan mee wilde doen en wat voor muziek ik dan zou willen spelen. Ik had echt geen idee. Voor haar bleek dat geen probleem. Ze zou wel wat meenemen. Ik heb wel luid en duidelijk gezegd, nou ja voor zover je dat in een mail kunt doen, dat ik pas twee jaar speelde en dat alles wat hoger ging dan de D voor mij vooralsnog onbereikbaar was. En drie kruisen of drie mollen, ook dat kon ik voorlopig nog niet. Geen probleem, antwoordde ze, als het te moeilijk voor me was, moest ik het maar zeggen. 

Na de voor mij lange en inspannende autorit, arriveer ik vermoeid en een beetje zenuwachtig ter plekke: een congrescentrum in Westelbeers, een piepklein dorpje tussen Eindhoven en Tilburg. Beladen met koffer, rugzak en cello loop ik door een glazen schuifdeur, die gelukkig automatisch open en dicht gaat. Dan kom ik in een hal met een grote kerstboom en heel veel onbekende mensen. Ik sluit mij aan in de rij bij de receptie en als ik aan de beurt ben krijg ik de sleutel van mijn kamer en een badge waarop mijn naam staat en daaronder het woord ‘cello’. Dat vervult mij met trots.

Nadat ik mijn spullen naar mijn kamer heb gebracht, keer ik terug naar de hal met de kerstboom en al die onbekenden. Ze staan in groepjes met elkaar te praten en hier en daar omhelst en zoent men elkaar. Het lijkt wel of iedereen iedereen kent. Onzeker loop ik daar tussendoor, op zoek naar de Noorse, vioolspelende Grete. Gelukkig loop ik haar al snel tegen het lijf. Ze blijkt ze een pittige, kleine, slanke, oudere vrouw te zijn, met kort geknipte grijze krullen en sportieve kleding.  Ze is duidelijk blij om me te zien. We raken aan de praat en al heel vlug lijkt het alsof we elkaar al jaren kennen. Verheugd vertelt ze me dat ze inmiddels contact heeft gezocht met de andere twee strijkers en dat er buiten het programma om volop gelegenheid is om met ons vieren samen te spelen. 

Al gauw vormen we een vast kwartet. Zo veel als we kunnen spelen we samen en ook bij het eten en ‘s avonds trekken we met elkaar op. Voor mij is deze kerstweek een onverwacht warm bad. Ik geniet niet alleen van het spelen in mijn nieuwe strijkkwartet, maar ook van al die mensen voor wie muziek net zo belangrijk is als voor mij. Deze week staat echt alles in het teken van de muziek. Voorafgaand aan het diner op eerste kerstdag spelen wij met ons vieren kerstmuziek bij de borrel. Tussen de gangen van het overdadige Brabantse kerstdiner door, laten andere deelnemers horen wat ze buiten het programma om samen gespeeld hebben. Na afloop van het eten is er nog een quiz met muzikale vragen. En tot slot zingen we nog gezamenlijk kerstliedjes bij de piano.

Op de dag dat we weer naar huis terug gaan is er ‘s nachts een dik pak sneeuw gevallen en als het tijd is om te vertrekken sneeuwt het nog steeds. Veel mensen zijn er verrukt van. Anderen, waaronder ik, zijn vooral bezorgd omdat ze met de auto naar huis moeten. De Noorse Grete slaat met verbazing alle opwinding gade. Waar zij woont ligt elk jaar sneeuw, minstens van oktober tot april. Voor ons daarentegen was het voor het eerst in jaren dat er sneeuw viel. En dan ook nog zó veel.

Na het ontbijt ga ik met de moed der wanhoop naar buiten de sneeuwstorm in, om met hulp van mijn nieuwe muziekvriendinnen mijn auto uit te graven. Zij gaan straks met een treintaxi naar het station en lopen er duidelijk een stuk relaxter bij dan ik. Als ik mijn koffer, mijn rugzak en mijn cello ingeladen heb, neem ik met pijn in mijn hart afscheid van de vrouwen met wie ik zo snel en zo goed bevriend ben geraakt. Dan ga ik dapper op weg. De ruitenwissers aan, want het sneeuwt nog steeds. Met een slakkengangetje rijd ik over wat landweggetjes door het witte landschap. Nergens is gestrooid en nergens is geveegd. Als ik goed mijn best doe kan ik zo’n beetje zien wat de weg is en wat de berm.

Hopend dat het op de snelweg beter zal zijn, zing ik om de moed erin te houden, een liedje op de maat van de ruitenwissers. Alsmaar hetzelfde liedje. Bij de snelweg aangekomen zinkt de moed mij in de schoenen. Ook daar blijkt niet gestrooid of geveegd te zijn. Met een snelheid van 50 km per uur rijden de auto’s alleen op de rechterhelft van de weg en op grote afstand van elkaar, precies in de groeven die in de dikke laag sneeuw uitgesleten zijn. Zo goed en zo kwaad als het gaat glibber ik de file in. Terwijl de sneeuwstorm voortduurt zing ik nog steeds mijn liedje op het ritme van de ruitenwissers. Door de herinnering aan de heerlijke muziekweek en door het zingen, ben ik eigenlijk geen moment bang. Wat betreft mij en mijn auto is dit een mijlpaal. Onzekerheid maakt plaats voor zelfvertrouwen.

Bij Utrecht ligt tot mijn verrassing helemaal geen sneeuw meer, zodat ik opgelucht onder normale omstandigheden naar huis kan rijden. Achteraf hoorde ik dat er alleen in het gebied rond Eindhoven en Tilburg zoveel sneeuw gevallen was. En dat het treinverkeer in Brabant geheel ontregeld was. Tot grote ergernis van Grete. Zo’n beetje sneeuw en meteen rijden de treinen al niet meer? Wat is dit voor een land? Ondertussen genoot ze toch ook wel van de ontspannen houding waarmee de treinreizigers op de omstandigheden reageerden. Toen er op het station van Tilburg na een uur wachten eindelijk een trein in zicht kwam, barstte op het perron spontaan het Halleluja van Händel los. Helaas denderde die trein met hoge snelheid het station voorbij. Het was een goederentrein. Op de sneltrein naar Utrecht moesten ze minstens nog een uur wachten.  

Dit alles is nu zo’n vijf jaar geleden. Sindsdien heb ik met Grete diverse concertreizen gemaakt, onder andere naar Bergen, Leipzig en Brugge. Inmiddels heb ik ook twee keer in Noorwegen bij haar gelogeerd. In haar zomerhuis in de bergen en bij haar thuis in Trondheim. Ook ben ik Noors gaan leren. Als we elkaar mailen, schrijft zij mij in het Noors en ik haar het Nederlands. En als we elkaar weer zien, krijg ik van haar een stapeltje Noorse boeken en DVD’s, dat ze bij elkaar gescharreld heeft in een kringloopwinkel. Omgekeerd voorzie ik haar van een op dezelfde manier verzamelde nieuwe voorraad Nederlandse boeken en DVD’s. Zo kunnen we weer even voort.

In januari gaan we weer samen een muziekreis maken. Daar verheug ik me nu al op. Dit keer gaan we, voor de derde maal, naar Brugge. Vier dagen concerten, concerten en nog eens concerten. En bijpraten. Heel veel bijpraten.   

Hetty B.
december 2019